Logo CC Transp

 

20140530 Nachtwandeling door Zutphen 0007

 

Matthäus Passion, van Johann Sebastian Bach 2014

Goede Vrijdag 18 april 2014 In de Sint Werenfriduskerk te Zieuwent

 Sint_Werenfriduskerk_Zieuwent

 Sint Werenfriduskerk Zieuwent

Het concert

Dit project wordt onder verantwoordelijkheid van Stichting Paaspop Klassiek georganiseerd. Elk jaar wordt door deze stichting een concert gebracht in de Sint Werenfriduskerk te Zieuwent met een professioneel orkest en met professionele solisten. De Stichting Paaspop Klassiek wil in samenwerking met Festival Paaspop- Zieuwent een jong en breed publiek interesseren voor klassieke muziek en passiemuziek in het bijzonder  als aanvulling op bestaande aanbod van popmuziek. Zie www.paaspopklassiek.nl .

De Stichting Paaspop Klassiek is erg verheugd aan te kunnen kondigen dat op vrijdagavond 18 april 2014 de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach zal worden uitgevoerd.  Het concert begint om 19.30 uur.

De uitvoerenden

De muzikale leiding is in handen van Emile Engel. De uitvoering door het koor van ca 50 zangers zal worden ondersteund door zes professionele solisten en door het orkest Concerto Barocco, bestaande uit ca 35 professionele musici.

Solisten

  • Evangelist (tenor) - zingt de letterlijke tekst van het Evangelie
  • Jezus (bas)
  • Judas (bas)
  • Petrus (bas)
  • Hogepriester (bas)
  • Pilatus (bas)
  • eerste en tweede maagd (sopraan)
  • eerste en tweede priester (bas)
  • vrouw van Pilatus (sopraan)
  • twee getuigen (alt en tenor).

Naast de solozang komen er soms ook groepen mensen voor, zoals de discipelen, een menigte van het volk, een groep soldaten of priesters. Deze worden door de twee koren gezongen.

Dirigent Emile Engel

 

Emile_EngelEmile Engel studeerde piano aan het Twents Conservatorium te Enschede en koordirectie in Utrecht. Zijn leraren waren onder meer Ber Joosen en Benno Pierwijer en Oane Wiersma. Emile beweegt zich volop in het muziekleven. Naast pianodocent in de lichte en klassieke muziek is hij dirigent van het symfonie orkest “De Muze”aan de Muzehof, Centrum voor de Kunsten te Zutphen. Als dirigent werkte hij een groot aantal  kamerkoren, ensembles en theater- en mannenkoren. Momenteel is hij dirigent van  het projectkoor Concentus Cantzione te Zutphen, Vocaal Ensemble Ex Arte uit Enschede, het jongenskoor Boys from Town te Zutphen, het Liemers Mannenkoor en het Eibergs Mannenkoor. Hij werkt samen met orkesten van naam als Concerto d’Amsterdam, Il Concerto Barocco en Die Neue Ruhr Kammerphilharmonie. Emile concerteerde met bekende solisten als Hilde Coppé, Carolien Stam, Miranda van Kralingen,  Margareth Beunders, Patrick Van Goethem, Jan Van Elsacker, Bernard Loonen, Frans Fiselier, Jelle Draaijer, Ernst Daniël Smid en anderen. Daarnaast dirigeerde hij jaarlijks een massa-evenement met meer dan 400 zangers in From Scratch concerten te Zutphen. Emile maakte met zijn koren meerdere internationale concertreizen onder andere naar Hongarije, Engeland, Polen, Zwitserland. In 2007 werd  in samenwerking met Gijs van Schoonhoven, stadsorganist van Enschede en Anna Magda de Geus, cello, concerten gegeven in Thüringen ( Duitsland). Emile Engel maakt deel uit van het Simeonkwartet, een pianokwartet dat zich toelegt op het uitvoeren van muziek van de Nederlandse componist Simeon ten Holt. In 2007 werd in het kader van Sibu, culturele hoofdstad van Europa, in Roemenië een première gegeven van Canto Ostinato. 

Koren

  • Vocaal ensemble Ex Arte
  • Concentus Cantzione
  • Jongenskoor basisschool Sint Jozef, Zieuwent, groep 8

Jongenskoor

Vanaf eind oktober 2011 zal door de dirigent wekelijks les worden gegeven aan groep 8 van de Sintt Jozefschool uit Zieuwent. Er zal een jongenskoor worden samengesteld voor de coro repinie van het openingskoor en het slotkoor van het eerste deel. Dit project staat in het kader om jongeren te interesseren voor klassieke muziek en de Matthäus Passion in het bijzonder.

Ex Arte

Ex Arte is een koor van ca 25 zangers met geschoolde stemmen en vertrouwd  met muziek uit de Barok en Renaissance, maar heeft ook moderne muziek op het repertoire staan. Dat leidt tot uiteenlopende concerten: van de 16e eeuwse Lamentations van Thomas Tallis in de Huize Brecklenkamp, de Maria Vespers van Monteverdi tot het speciaal voor Ex Arte geschreven Quasi Rapito( 2004)  van Berry van Berkum in het Muziekcentrum van Enschede. 

 

ExArte

 

Ex Arte is in 1985 opgericht door Twentse Conservatorium-studenten en nog steeds zingen professionele musici en geschoolde zangers in het koor mee, maar de meesten zijn toch hardwerkende amateurs.

Concentus Cantzione

Concentus Cantzione is een projectkoor, samengesteld uit geschoolde zangers en zangeressen uit Gelderland en Overijssel. Dirigent Emile Engel. Het projectkoor bestaat voor dit project uit ca 7 sopranen, 7 alten, 6 tenoren en 6 bassen.

 

Concentus

 

Orkest

 

Concerto Barocco betekent, letterlijk vertaald: Het Barokconcert. Deze naam is gekozen omdat hij het best beschrijft waar het bij dit ensemble om gaat.  Concerto Barocco is een ensemble dat een breed scala aan instrumentbezettingen in zich herbergt, van trio tot compleet barokorkest. De programma’s van dit ensemble omvatten werken uit de 17e en 18e eeuw, waarbij het zwaartepunt ligt bij de Italiaanse muziek.
Concerto Barocco bestaat uit professionele musici, gespecialiseerd in muziek uit de barokperiode.

Er worden instrumenten bespeeld die in de 17e of 18e eeuw zijn gebouwd, of historisch getrouwe replica’s van zulke instrumenten. Deze instrumenten zijn besnaard en gestemd zoals in die tijd gebruikelijk was. Het basisprincipe bij de uitvoeringen van dit ensemble is dat de gespeelde muziek het meest historisch verantwoord tot zijn recht komt, als de instrumentatie en uitvoeringspraktijk worden gehanteerd, die in de tijd dat de muziek is gecomponeerd, gangbaar waren.

Om de klankverwachting van de componist zo dicht mogelijk te benaderen, worden naast het gebruik van authentieke instrumenten ook historische bronnen, zoals bewaard gebleven beschrijvingen van concerten, oude afbeeldingen en uiteenzettingen over muziek en haar uitvoeringspraktijk en de bestudering van oorspronkelijke manuscripten van de composities, gebruikt.

Achtergrond van de Matthaeus Passion

De Matthäus Passion is geschreven voor twee koren (groepen zangers en instrumentalisten). Een compositie met dubbele koren (cori spezzati) was ten tijde van Bach vooral in de Venetiaanse opera gebruikelijk. Tegenwoordig is het overigens gebruikelijk om slechts met één groep solisten en met één continuogroep te spelen. De passie sluit aan bij de werkwijze die Bach ook in een groot aantal cantates toepaste. Er zijn een aantal hoofdelementen:

Recitatieven (de verhaallijn volgens het evangelie van Matthäus), gezongen door solisten. Hiervan zijn twee soorten: het recitativo secco (summier begeleid met lange liggende akkoorden, en het recitativo accompagnato (een recitatief waarin de begeleiding een meer polyfoon karakter heeft)

  1. Koralen (die weliswaar uitgecomponeerd de bestaande tekst en melodie volgen van standaardkoralen)
  2. Aria's (persoonlijk gedichte teksten, meest in A-B-A-vorm (Da Capo)
  3. Koorgedeeltes (doorgaans commentaren vanuit de menigte op de gebeurtenissen)

De beide zangkoren vervullen op een aantal momenten in de Matthäus-Passion verschillende rollen. Op zes plaatsen vindt een dialoog plaats tussen gelovigen en de ooggetuigen.  Koor I "speelt" hierin de rol van de 'Dochters van Zion', een personificatie van tijdgenoten van Jezus en dus ooggetuigen van het verhaal. Koor II staat voor de 'gelovigen' waar en wanneer ook ter wereld. Op andere plaatsen in de Matthäus-Passion staat koor I voor het hogere, goddelijke en koor II voor het lagere, wereldlijke. Op weer andere plaatsen vormen beide koren samen één groot koor. In de afbeelding hiernaast is met kleur aangegeven welk koor welk deel moet zingen en spelen.  

Opbouw

De Matthäus-Passion heeft een heldere opbouw. Na het groots opgezette openingskoor vertelt de Evangelist het lijdens- en sterfverhaal van Jezus met minimale muzikale begeleiding. Deze vertellijn wordt onderbroken door recitatievenaria's en koralen, om een individuele of collectieve reflectie op het verhaal te geven. De Matthäus-Passion eindigt bij de dood van Jezus met het slotkoraal "Wir setzen uns mit Tränen nieder". 

De Matthäus-Passion bestaat uit een kort eerste deel en een lang tweede deel. Hiermee geeft Bach een kruisvorm aan. Het 'snijpunt' van dit kruis vindt plaats rondom de verloochening door Petrus: precies halverwege het eerste deel kondigt Jezus aan Petrus aan dat deze hem driemaal zal verloochenen en na ongeveer even lang in het tweede deel vindt dit daadwerkelijk plaats.  

 

Laatste_Avondmaal

 


Tekst van de Matthäus-Passio


De recitatieven komen uit hoofdstuk 26 en 27 van het Evangelie volgens Matthäus. De teksten van de aria's en arioso's zijn geleverd door Bachs vaste tekstschrijver Picander. De koralen zijn gebaseerd op bestaande kerkliederen voor de lijdenstijd. Zo zijn verschillende coupletten uit O Haupt voll Blut und Wunden en Befiehl du deine Wege van Paul Gerhardt opgenomen.

Symboliek


Bach speelt veel met getallen. Zo is de getalswaarde van de naam BACH gelijk aan 14 (B is de 2e letter van het alfabet, A de 1e, C de 3e en H de 8e, samen is dat 14). Het getal 14 komt in de Matthäus-Passion veelvuldig voor, er zijn bijvoorbeeld 14 koralen, wat dus terugslaat op de naam Bach. Minder bekend is dat 14 maal naar het Hart verwezen wordt. De Matthäus-Passion bestaat in totaal uit 68 muziekstukken. Naast de 14 koralen zijn er 27 passages waarin het evangelie wordt gezongen, en 27 overige stukken. Het getal 27 staat bij Bach voor de drie-eenheid van God (3×3×3). De 27 stukken evangelietekst bestaan uit in totaal 729 maten, wat het kwadraat is van27. In het stuk wordt door het koor: "Herr, bin ich's?" gezongen. Dit is in het stuk wanneer Jezus met de 12 apostelen aan het laatste avondmaal deel neemt. Het woord "Herr" wordt elf keer gezongen, geen 12 keer, Judas (de verrader) zingt immers niet mee.

Een ander duidelijk voorbeeld van symboliek vindt men in de muzikale omlijsting van Jezus: bij alle teksten die Jezus zingt, wordt hij begeleid door liefelijke strijkers, behalve bij z'n laatste woorden. Deze beroemde woorden luiden 'Eli, eli, lema sabachthani', vertaald 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten'; de volledige verlatenheid van Jezus wordt hier dus geïllustreerd door de afwezigheid van de strijkers.

De Matthäus-Passion eindigt met een groot septiem als voorhouding. De voorhouding lost normaal op. Dit symboliseert de opstanding van Christus. Maar de symboliek komt ook op een minder subtiele wijze terug. De begeleiding van de Christuspartij in de recitatieven bijvoorbeeld gebeurt met een basso continuo. In totaal speelt deze basbegeleiding 365 noten, het aantal dagen in het jaar. Bach geeft hiermee aan dat Jezus de basis van alle dagen van het jaar vormt.

Vanaf ongeveer 1950 wordt er door Bach-kenners druk gezocht naar allerlei verborgen symbolieken in de Matthäus-Passion. Zo zou Bach zijn geboortedatum en zelfs zijn sterfdatum muzikaal hebben verwerkt. Critici wijzen erop dat wie maar lang genoeg zoekt vanzelf wat zal vinden en nemen aan dat veel van de gevonden "boodschappen" berusten op toeval. Het werken met getallen, symboliek en retoriek was in de barokmuziek overigens een praktijk die ook bij andere componisten voorkwam, met name bij Heinrich von Biber.


Uitvoeringsgeschiedenis

Voor zover bekend heeft Bach zelf in Leipzig vier uitvoeringen van de Matthäus-Passion verzorgd: in 1727, 1729, 1736 en in 1740. Nadat Bach in 1750 overleden was, raakte zij evenals zijn andere muziek in vergetelheid. Op 11 maart 1829 verzorgde Felix Mendelssohn-Bartholdy voor het eerst sinds Bachs overlijden een ingekorte uitvoering met de Singakademie te Berlijn. Reeds in 1925 trachtte men tot uitvoeringen te komen, die klonken zoals het stuk in Bachs tijd geklonken heeft. De authentieke uitvoeringspraktijk heeft echter pas in het laatste kwart van de twintigste eeuw, door de invloed van mensen als Nicolaus Harnoncourt en Ton Koopman, de oude uitvoeringspraktijk met haar grote orkesten en koren verdrongen.

Nederland

Het stuk wordt in de passietijd opgevoerd. In 1870 werd de Matthäus-Passion voor het eerst in Nederland uitgevoerd, door Toonkunst Rotterdam onder leiding van Woldemar Bargiel. De grote Matthäus-traditie in Nederland heeft kunnen ontstaan mede dankzij Willem Mengelberg in Amsterdam en De Nederlandse Bachvereniging in Naarden. Heden ten dage zijn er in Nederland ruim 100 plaatsen waar de Passion wordt uitgevoerd, van grote concertgebouwen tot kleinere parochiekerken.

Vergelijking met de Johannes Passion

De Johannes Passion wordt vaak vergeleken met de Mattheus Passion, die Bach enkele jaren later zou schrijven. In vergelijking met de Mattheus Passion, is de Johannes Passion muzikaal wat feller, maar tegelijkertijd ingetogener. Zijn voor de Mattheus Passion twee orkesten en twee koren nodig: bij de Johannes Passion volstaat een kleiner orkest en één koor.

Bach volgt vrijwel letterlijk de teksten van het Evangelie naar Johannes. Op twee plaatsen brengt hij een kleine toevoeging uit het Evangelie naar Mattheus aan (het wenen van Petrus nadat de haan gekraaid heeft en het scheuren van het voorhang in de tempel, de aardbeving, het splijten van de rotsen en de opstanding van de gestorvenen na de dood van Jezus). Hierdoor ligt het accent in de Johannes Passion minder op het lijden van Jezus. Jezus komt meer over als een krachtige persoonlijkheid die een boodschap te vertellen heeft dan als het trieste slachtoffer in de Mattheus Passion. Veel aandacht wordt besteed aan de beschrijving van het proces van Jezus.

Johann Sebastian Bach   (1685 - 1750)

Johann_Sebastian_Bach

 

Bach was een Duits componist en organist, studeerde bij zijn broer Johann Christoph. De belangrijkste perioden uit zijn muziekloopbaan zijn zijn verblijf aan het hof te Kötchen, waar hij zijn meeste instrumentale werken schreef, en in Leipzig, waar hij zijn belangrijkste kerkelijke werken componeerde. Bachs betekenis voor de ontwikkeling van de toonkunst is bijzonder groot. Hij beheerste volkomen twee absoluut verschillende stijlen: de oudere polyfonie en de nieuwere monodie. In zijn vocale kerkmuziek vindt men onder andere elementen van de Italiaanse opera terug, in zijn kamermuziek die van de Franse en Italiaanse kunst. In zijn orgelwerken toont hij zich grootmeester der contrapuntiek. Zijn belangrijkste werken zijn: Brandenburgse concerten; de Johannses Passion (BWV 245) en de Matthäus Passion.

 

Al op jonge leeftijd componeerde Bach. Dat is niet zo verwonder­lijk wanneer we bedenken dat vele generaties Bach dit vóór hem al deden. Musiceren en componeren waren in die tijd veel meer met elkaar verbonden dan thans; er was nauwelijks afstand tussen de scheppende en de uitvoerende toonkunst.

In de laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit. Langzamerhand werd hij blind. Ook werd hij tweemaal door een beroerte getroffen. Toen hij stierf liet hij een enorm oeuvre na dat vooral vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw in een steeds groter wordende belangstelling kwam te staan.

Concertkaarten

Concertkaarten zijn onder andere te bestellen bij via de internetsite van Paaspop Klassiek: www.paaspopklassiek.nl